Citaat | Hoge Raad 8 april 2022

Onder 3.4.2 Hoge Raad 8 april 2022

Een alinea uit Hoge Raad 8 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:526.

Zoals het Hof in onderdeel 4.4 van zijn uitspraak terecht heeft vooropgesteld, komt het bij de beoordeling of de vereiste aangifte als bedoeld in artikel 27e, lid 1, AWR is gedaan, erop aan of de aangifteplichtige op het moment van het doen van de aangifte wist of zich ervan bewust moest zijn dat door inhoudelijke gebreken in zijn aangifte een aanzienlijk bedrag aan verschuldigde belasting niet zou worden geheven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa16ca44f60d0a4d2a839b561a38bc59a8d66553a7ac236306b49b34a242bb75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa16ca44f60d0a4d2a839b561a38bc59a8d66553a7ac236306b49b34a242bb75, en de alinea staat in dat document op bytes 10126 tot 10620.