Citaat | Hoge Raad 22 april 2022

Onder 2.4 Hoge Raad 22 april 2022

Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:594.

“3.13. (…) Artikel 29 lid 2 CMR bepaalt, kort samengevat en voor zover hier van belang, dat de vervoerder geen beroep kan doen op limitering bij opzet van zijn ondergeschikte, als de vervoerder voor de bewerkstelliging van het vervoer van de diensten van de ondergeschikte gebruik maakt en de ondergeschikte daarbij handelt in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Partijen zijn het erover eens dat sprake was van opzet van [de werknemer] als ondergeschikte van Logistics Solutions. De dienst van [de werknemer] is op 15 november 2016 om 20.24 uur aangevangen. Tijdens zijn dienst had hij, samen met zijn collega’s, onder andere de zorg over de onderhavige pakketten, die in het opslagcentrum opgeslagen waren om op 16 november 2016 te worden vervoerd naar de buitenlandse afnemers. Aldus maakte Logistics Solutions voor de bewerkstelliging van het vervoer van deze pakketten gebruik van de diensten van [de werknemer]. Of [de werknemer] feitelijk handelingen met betrekking tot deze pakketten heeft verricht, zoals scannen en/of sorteren, is daarbij niet van belang. Dit betekent dat Logistics Solutions geen beroep kan doen op de limitering op grond van artikel 23 CMR.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9bf4e285e8ef347029b013fe8a19ef2cdd69e46ae7346b94679cdf91a6a7c135. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9bf4e285e8ef347029b013fe8a19ef2cdd69e46ae7346b94679cdf91a6a7c135, en de alinea staat in dat document op bytes 12801 tot 13995.