Citaat | Hoge Raad 22 april 2022
Onder 3.1.3 Hoge Raad 22 april 2022
Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:594.
De stukken van het geding laten geen andere conclusie toe dan dat TSM in hoger beroep tegen dit oordeel geen voldoende kenbare grief heeft gericht. TSM heeft in de memorie van grieven weliswaar geklaagd dat innerlijk tegenstrijdig is het oordeel van de rechtbank enerzijds dat de opslag wel onder het vervoer valt en anderzijds dat de werknemers die voor deze opslag zijn ingeschakeld niet bij de bewerkstelliging van het vervoer zijn betrokken, maar zij heeft niet geklaagd over het oordeel van de rechtbank dat de werknemer, nu zijn werkzaamheden niets met het vervoer van de pakketten van doen hadden, niet was ingezet bij de bewerkstelliging van het vervoer in de zin van art. 29 lid 2 CMR. TSM heeft juist, ook in de memorie van grieven, het standpunt ingenomen dat het handelen van de werknemer en diens aanwezigheid in het opslagcentrum geen verband hadden met het vervoer van de pakketten zodat niet het CMR maar art. 6:170 BW van toepassing was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9bf4e285e8ef347029b013fe8a19ef2cdd69e46ae7346b94679cdf91a6a7c135. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9bf4e285e8ef347029b013fe8a19ef2cdd69e46ae7346b94679cdf91a6a7c135, en de alinea staat in dat document op bytes 16026 tot 16994.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9bf4e285e8ef347029b013fe8a19ef2cdd69e46ae7346b94679cdf91a6a7c135 | shasum -a 256