Citaat | Hoge Raad 22 april 2022

Onder 3.1 Hoge Raad 22 april 2022

Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:596.

Onderdeel 2 van het middel klaagt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat Wiefferink wettelijke handelsrente is verschuldigd over het door hem terug te betalen bedrag van € 415.657,50. Het onderdeel voert daartoe aan dat de verplichting tot terugbetaling van de koopsommen die uit de vernietiging van de koopovereenkomsten voortvloeit, buiten het bereik van art. 6:119a BW valt. Bovendien is onjuist, aldus het onderdeel, het oordeel van het hof dat de vordering tot vergoeding van de wettelijke handelsrente toewijsbaar is bij gebreke van een toegespitst verweer terzake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/271c36c82d8112997a934aea60777c2c468241af637b93e00a96219fda44464f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 271c36c82d8112997a934aea60777c2c468241af637b93e00a96219fda44464f, en de alinea staat in dat document op bytes 7732 tot 8326.