Citaat | Hoge Raad 24 mei 2022
Onder 2.3 Hoge Raad 24 mei 2022
Een alinea uit Hoge Raad 24 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:714.
Op grond van artikel 36f lid 5 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) bepaalt de rechter bij de oplegging van de maatregel de duur volgens welke met toepassing van artikel 6:4:20 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) gijzeling kan worden toegepast. De duur van de gijzeling beloopt ten hoogste één jaar, waarbij in deze zaak geldt dat onder één jaar 360 dagen moet worden verstaan (vgl. HR 19 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:498). Redelijke wetsuitleg van artikel 60a Sr brengt daarbij met zich dat in geval van samenloop zoals bedoeld in artikel 57 en 58 Sr, de totale duur van de gijzeling voor de schadevergoedingsmaatregelen het in artikel 24c lid 3 Sr bepaalde maximum van één jaar niet mag overschrijden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfde0aecec82fe95f09e65407f0aff0c80d46703ace45adf3fb85b585b96a25d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfde0aecec82fe95f09e65407f0aff0c80d46703ace45adf3fb85b585b96a25d, en de alinea staat in dat document op bytes 8420 tot 9160.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfde0aecec82fe95f09e65407f0aff0c80d46703ace45adf3fb85b585b96a25d | shasum -a 256