Citaat | Hoge Raad 20 mei 2022
Onder 2.3.3 Hoge Raad 20 mei 2022
Een alinea uit Hoge Raad 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:719.
Uit het KEMA-rapport volgt dat het al dan niet ontstaan van broei in biomassa afhangt van diverse factoren, die zowel eigenschappen van het opgeslagen materiaal betreffen als zien op de wijze van opslag. Voor vrijwel alle soorten biomassa geldt dat er geen broei te verwachten is als deze maar droog genoeg worden opgeslagen. Het minimale vochtgehalte waarboven broei kan optreden is materiaalafhankelijk. Ook de structuur van de biomassa speelt een rol. Schors heeft een actieve biologische open celstructuur en bevat relatief veel vocht, en bovendien meer enzymen en suikers. Hierdoor is schors extreem gevoelig voor broei en wordt het afgeraden om het op te slaan. Voorts is de vorm en de duur van de opslag relevant, alsmede de homogeniteit van het opgeslagen product. De opslag moet zo homogeen mogelijk worden opgebouwd, zowel wat betreft vochtgehalte als wat betreft samenstelling en dichtheid. Branden als gevolg van broei starten meestal in een overgangsgebied tussen aangedrukt en losser materiaal of tussen materiaal met een verschillend vochtgehalte en/of verschillende deeltjesgrootte. Deze overgangsgebieden zorgen voor een verminderde afvoer van geproduceerde warmte waardoor de temperaturen plaatselijk flink kunnen oplopen. (rov. 15 TA)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0eaebee1cca2b09b69bf0adee0893e7de64729f0cd1a266fd8f7ad33a2c2738. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0eaebee1cca2b09b69bf0adee0893e7de64729f0cd1a266fd8f7ad33a2c2738, en de alinea staat in dat document op bytes 15190 tot 16457.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d0eaebee1cca2b09b69bf0adee0893e7de64729f0cd1a266fd8f7ad33a2c2738 | shasum -a 256