Citaat | Hoge Raad 20 mei 2022

Onder 2.3.4 Hoge Raad 20 mei 2022

Een alinea uit Hoge Raad 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:719.

De aanwezigheid van schors in de bark pellets en het ontbreken van homogeniteit in de opbouw van de opslag zijn toe te rekenen aan Peterson ABL. Vast staat dat EBS, voordat de derde partij houtpellets (de bark pellets) in de silo werd opgeslagen, aan Peterson ABL heeft gevraagd of deze partij kon worden opgeslagen bovenop de reeds aanwezige (white) pellets. Peterson ABL heeft hierover vervolgens overlegd met Essent, waarna zij aan EBS heeft meegedeeld dat dit geen probleem was. Op dat moment heeft Peterson ABL EBS ten onrechte niet geïnformeerd over het KEMA-rapport uit 2001, waarin het sterk verhoogde risico op broei in schors (bark) is vermeld en de opslag van schors zelfs volledig wordt ontraden. (rov. 17 TA en 15 EA) Anders dan Peterson c.s. en Essent menen, is het verschil tussen houtchips en houtpellets aan het hof duidelijk. Het hof heeft dan ook geen behoefte aan nadere bewijslevering of deskundige voorlichting op dit punt. De lage vochtigheidsgraad van houtpellets betekent, anders dan Peterson c.s. en Essent verdedigen, niet dat er geen sprake meer is van een biomassaproduct waarin onder omstandigheden broei kan ontstaan. (rov. 2 EA)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0eaebee1cca2b09b69bf0adee0893e7de64729f0cd1a266fd8f7ad33a2c2738. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0eaebee1cca2b09b69bf0adee0893e7de64729f0cd1a266fd8f7ad33a2c2738, en de alinea staat in dat document op bytes 20022 tot 21196.