Citaat | Hoge Raad 20 mei 2022

Onder 3.4.1 Hoge Raad 20 mei 2022

Een alinea uit Hoge Raad 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:719.

Onderdeel 4.2 is gericht tegen de verwerping door het hof van het betoog van Peterson c.s. dat de schade van EBS niet is ontstaan als gevolg van de bewaring, maar als gevolg van de onzorgvuldige wijze waarop EBS de houtpellets heeft opgeslagen, omdat de opgeslagen houtpellets als zodanig niet broeigevoelig zijn en zonder bijkomend vocht van buiten tijdens de opslag bij EBS geen broei zou zijn ontstaan. Volgens het onderdeel is onbegrijpelijk dat het hof heeft overwogen dat het gevaar van broei “inherent” is aan de opslag van biomassa en dit gevaar zich in casu heeft verwezenlijkt (rov. 10 TA), en dat het hof, met name op basis van het KEMA-rapport, heeft geoordeeld dat de aanwezigheid van schors in de pellets, het ontbreken van homogeniteit en de lange duur van de opslag hebben geleid tot een verhoogd risico op broei (rov. 14-17 TA en 13-14 EA).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0eaebee1cca2b09b69bf0adee0893e7de64729f0cd1a266fd8f7ad33a2c2738. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0eaebee1cca2b09b69bf0adee0893e7de64729f0cd1a266fd8f7ad33a2c2738, en de alinea staat in dat document op bytes 32523 tot 33398.