Citaat | Hoge Raad 20 mei 2022
Onder 3.4.4 Hoge Raad 20 mei 2022
Een alinea uit Hoge Raad 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:719.
Voor zover het onderdeel aanvoert dat het hof niet had mogen meewegen dat tijdens het transport vocht bij de pellets was gekomen, omdat de pellets met de vochtpercentages waarbij zij werden opgeslagen, met inbegrip van dat toegevoegde vocht, nog steeds niet vatbaar waren voor broei, faalt het in het licht van hetgeen hiervoor in 3.3.2 en 3.4.2 is overwogen. Peterson ABL is volgens het hof aansprakelijk op grond van art. 7:601 lid 3 BW omdat houtpellets gevoelig zijn voor broei en vaststaat dat de brand is ontstaan door broei in de pellets. De factoren die uiteindelijk tot die broei hebben geleid, heeft het hof afgewogen in het kader van de eigen schuld van EBS. Daarbij mocht het hof bij de toepassing van art. 6:101 lid 1 BW in verbinding met art. 7:601 lid 3 BW ten nadele van Peterson ABL meewegen dat de pellets vochtiger waren geworden dan zij normaal zijn doordat daarop tijdens het transport regen was gevallen, en zij zich daardoor dus al dichter bij het vochtigheidspercentage bevonden waarbij broei kan optreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0eaebee1cca2b09b69bf0adee0893e7de64729f0cd1a266fd8f7ad33a2c2738. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0eaebee1cca2b09b69bf0adee0893e7de64729f0cd1a266fd8f7ad33a2c2738, en de alinea staat in dat document op bytes 35837 tot 36880.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d0eaebee1cca2b09b69bf0adee0893e7de64729f0cd1a266fd8f7ad33a2c2738 | shasum -a 256