Citaat | Hoge Raad 20 mei 2022

Onder 3.1.1 Hoge Raad 20 mei 2022

Een alinea uit Hoge Raad 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:721.

Onderdeel 1.1 van het middel klaagt dat het hof is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting door (in rov. 3.12.3) te oordelen dat het verschoningsrecht dat voortvloeit uit de AWR ziet op alle informatie, en daarmee dus ook op informatie waarvan wordt betoogd dat deze vals is of informatie gerelateerd aan een stuk waarvan zou vaststaan dat dit vals is. Het verschoningsrecht dient het maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het besprokene om bijstand en advies tot vertrouwenspersonen moet kunnen wenden. Dat veronderstelt ten minste dat degene die zich tot een verschoningsgerechtigde wendt, dit te goeder trouw doet en niet met informatie waarvan hij weet of moet weten dat die vals of onterecht belastend is. Degene die willens en wetens valse beschuldigingen doet, heeft geen rechtens te respecteren aanspraak op geheimhouding door een verschoningsgerechtigde, aldus het onderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/114da02e32edf893858cb36a049dceda7976879693dfb80c1e5ba96f1ef44e36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 114da02e32edf893858cb36a049dceda7976879693dfb80c1e5ba96f1ef44e36, en de alinea staat in dat document op bytes 19083 tot 20037.