Citaat | Hoge Raad 20 mei 2022

Onder 3.1.5 Hoge Raad 20 mei 2022

Een alinea uit Hoge Raad 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:721.

De in art. 67 lid 1 AWR vervatte geheimhoudingsplicht en het daaruit voortvloeiende verschoningsrecht gelden daarom ook voor gegevens die de belastingplichtige zelf betreffen. Dit is anders, zo volgt uit art. 67 lid 2, aanhef en onder c, AWR, in het geval dat de desbetreffende gegevens door of namens diegene zijn verstrekt, maar dat is hier niet aan de orde. Ook kan een verplichting tot gegevensverstrekking voortvloeien uit een ander wettelijk voorschrift (zie art. 67 lid 2, aanhef en onder a, AWR), zoals art. 8:42 lid 1 Algemene wet bestuursrecht, ingevolge welke bepaling de belastingdienst in een fiscale procedure bij het nemen of voorbereiden van maatregelen tegen de belastingplichtige gehouden is de op de zaak betrekking hebbende stukken over te leggen. In cassatie dient evenwel tot uitgangspunt dat op de onderhavige procedure niet een dergelijk wettelijk voorschrift van toepassing is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/114da02e32edf893858cb36a049dceda7976879693dfb80c1e5ba96f1ef44e36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 114da02e32edf893858cb36a049dceda7976879693dfb80c1e5ba96f1ef44e36, en de alinea staat in dat document op bytes 24876 tot 25858.