Citaat | Hoge Raad 20 mei 2022
Onder 3.2.4 Hoge Raad 20 mei 2022
Een alinea uit Hoge Raad 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:721.
Op grond van art. 18 lid 1 en art. 39i lid 1 Wjsg heeft de betrokkene – dat is ingevolge art. 1, aanhef en onder j, Wjsg degene op wie een justitieel, strafvorderlijk, gerechtelijk strafgegeven of een tenuitvoerleggingsgegeven betrekking heeft, of van wie persoonsgegevens in een persoonsdossier zijn verwerkt – het recht om uitsluitsel te verkrijgen over de al dan niet verwerking van hem betreffende justitiële en strafvorderlijke gegevens en, wanneer dat het geval is, om die gegevens in te zien. Een verzoek daartoe wordt ingevolge art. 21 lid 2 en art. 39l lid 2 Wjsg afgewezen voor zover het onthouden van inzage een noodzakelijke en evenredige maatregel is, onder meer ter vermijding van nadelige gevolgen voor de voorkoming, de opsporing, het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/114da02e32edf893858cb36a049dceda7976879693dfb80c1e5ba96f1ef44e36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 114da02e32edf893858cb36a049dceda7976879693dfb80c1e5ba96f1ef44e36, en de alinea staat in dat document op bytes 28303 tot 29158.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/114da02e32edf893858cb36a049dceda7976879693dfb80c1e5ba96f1ef44e36 | shasum -a 256