Citaat | Hoge Raad 20 mei 2022

Onder 3.4.2 Hoge Raad 20 mei 2022

Een alinea uit Hoge Raad 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:721.

Het verschoningsrecht heeft, wegens het grote belang van de waarheidsvinding, dat meebrengt dat slechts in bijzondere gevallen een uitzondering kan worden gemaakt op de getuigplicht van art. 165 lid 1 Rv, een uitzonderingskarakter. Een wettelijke geheimhoudingsplicht is niet voldoende voor het kunnen inroepen van een verschoningsrecht. Alleen dan kan worden aangenomen dat in een wettelijke geheimhoudingsplicht een verschoningsrecht ligt besloten indien uit de bewoordingen, de strekking of de geschiedenis van de wettelijke bepaling onmiskenbaar duidelijk blijkt dat de voor het aannemen van een dergelijk recht vereiste afweging door de wetgever is verricht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/114da02e32edf893858cb36a049dceda7976879693dfb80c1e5ba96f1ef44e36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 114da02e32edf893858cb36a049dceda7976879693dfb80c1e5ba96f1ef44e36, en de alinea staat in dat document op bytes 31686 tot 32490.