Citaat | Hoge Raad 20 mei 2022

Onder 3.4.9 Hoge Raad 20 mei 2022

Een alinea uit Hoge Raad 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:721.

Gelet op hetgeen hiervoor in 3.4.2-3.4.8 is overwogen, kan noch uit de tekst of strekking van art. 52 Wjsg noch uit de wetsgeschiedenis van die bepaling onmiskenbaar duidelijk worden afgeleid dat de wetgever de afweging heeft verricht die is vereist voor het aannemen van een uit die bepaling voortvloeiend verschoningsrecht. Dat volgens de wetgever de geheimhoudingsplicht slechts in een aantal genoemde gevallen kan worden doorbroken (zie hiervoor in 3.2.3), maakt dat niet anders. Daaruit kan immers niet worden afgeleid dat in alle andere gevallen een verschoningsrecht geldt. Uit de wetsgeschiedenis kan juist worden afgeleid dat ook een uit een andere wet in formele zin voortvloeiende getuigplicht de geheimhoudingsplicht opzij kan zetten. Art. 165 lid 1 Rv bevat een dergelijke getuigplicht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/114da02e32edf893858cb36a049dceda7976879693dfb80c1e5ba96f1ef44e36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 114da02e32edf893858cb36a049dceda7976879693dfb80c1e5ba96f1ef44e36, en de alinea staat in dat document op bytes 39096 tot 39908.