Citaat | Hoge Raad 20 mei 2022

Onder 2.3.5 Hoge Raad 20 mei 2022

Een alinea uit Hoge Raad 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:722.

Voor de Wet justitiële gegevens (hierna: Wjg) en de Wet politieregisters (hierna: Wpr) gold dat de geheimhoudingsplicht door de desbetreffende ambtenaar kon worden ingeroepen in een civiel getuigenverhoor, nu de wetgever in de desbetreffende wet zelf de afweging heeft gemaakt welke uitzondering(en) zou(den) gelden, en het optreden als getuige niet genoemd staat. (rov. 3.8.2.7) Ook in de huidige tekst van art. 52 Wjsg staat dat alleen uitzonderingen aan de orde zijn waarin de Wjsg zelf voorziet. (rov. 3.8.2.8-3.2.8.9) Art. 39b Wjsg gaat (slechts) over gegevensverwerking. De regels over gegevensverstrekking staan in art. 39f Wjsg, met daarbij behorend een uitgebreid gereglementeerd verstrekkingsregime. Daaruit blijkt geen onbeperkte getuigplicht zoals Box Consultants c.s. voorstaan. (rov. 3.8.2.10)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/978d46fd11ef10bd46ad9171a82141ef7f29de163a914637ef907ca416d802e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 978d46fd11ef10bd46ad9171a82141ef7f29de163a914637ef907ca416d802e3, en de alinea staat in dat document op bytes 12350 tot 13195.