Citaat | Hoge Raad 27 mei 2022

Onder 2.3.2 Hoge Raad 27 mei 2022

Een alinea uit Hoge Raad 27 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:766.

Dit betoog kan niet als juist worden aanvaard. De in artikel 33, lid 1, aanhef en letter a, van de Wet bedoelde aansprakelijkheid van een bestuurder betreft de belastingschulden van een in die bepaling bedoeld lichaam die materieel zijn ontstaan voor of tijdens de periode waarin de betrokkene bestuurder van dat lichaam is of was. De aansprakelijkheid voor deze belastingschulden eindigt dus niet doordat de betrokkene ophoudt bestuurder van het lichaam te zijn. Evenmin eindigt die aansprakelijkheid indien het lichaam wordt ontbonden. Dat geldt ook indien de voormalige bestuurder na de ontbinding wordt belast met de vereffening van het vermogen van het lichaam. In dat geval kan hij weliswaar onder bepaalde voorwaarden daarnaast ook op grond van artikel 33, lid 1, aanhef en letter c, van de Wet aansprakelijk zijn voor alle (andere) rijksbelastingen die het lichaam verschuldigd is of - na ontbinding – wordt, maar die mogelijkheid staat niet in de weg aan een aansprakelijkstelling van dezelfde persoon op grond van artikel 33, lid 1, aanhef en letter a, van de Wet. Voor zover het gaat om belastingschulden van het lichaam die materieel zijn ontstaan voor of tijdens zijn bestuursperiode, is en blijft hij dus aansprakelijk, ook indien het niet-betalen daarvan niet het gevolg is van aan hem te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur, zoals vereist voor aansprakelijkheid op grond van artikel 33, lid 1, aanhef en letter c, van de Wet. Middel I faalt in zoverre.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4ea29d75979445fedf770183ddd63c4523731b794ed2be43b3f26c1d73d7e70. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4ea29d75979445fedf770183ddd63c4523731b794ed2be43b3f26c1d73d7e70, en de alinea staat in dat document op bytes 10336 tot 11885.