Citaat | Hoge Raad 7 juni 2022

Onder 3.2.2 Hoge Raad 7 juni 2022

Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:801.

[benadeelde] heeft mij verteld dat zij klanten ontving in Hotel [A] op [d-straat] in Arnhem. Ik weet dat zij afspraken maakte met haar telefoon. (..) Als zij dan naar Hotel [A] ging dan gingen ze altijd met zijn tweeën, haar vriend [verdachte] ging altijd mee.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/81a173fa6956ca2234b45328059a9838e405d9ce1cf7b4695a861123f9a7e555. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 81a173fa6956ca2234b45328059a9838e405d9ce1cf7b4695a861123f9a7e555, en de alinea staat in dat document op bytes 45216 tot 45505.