Citaat | Hoge Raad 3 juni 2022

Onder 3.1 Hoge Raad 3 juni 2022

Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:826.

Bij het Hof was in geschil of belanghebbende met een beroep op artikel 110 VWEU kan afdwingen dat de voor de dertig auto’s verschuldigde bpm wordt berekend naar het in 2016 geldende, lagere tarief aan bpm. Belanghebbende heeft aangevoerd dat de dertig auto’s in de eerste twee maanden van 2017 in een andere lidstaat zijn toegelaten tot het verkeer op de weg en dat zij op de Nederlandse handelsmarkt nadelige concurrentie ondervindt van de handel in gelijksoortige, ongebruikte personenauto’s waarvan de tenaamstelling in het Nederlandse kentekenregister in de eerste twee maanden van 2017 plaatsvond en die met toepassing van artikel 16a, lid 1, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (tekst tot 1 januari 2022; hierna: de Wet) aan het in het 2016 geldende tarief zijn onderworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7403cd971d8df8dc7f4659d4fc31d1d95b8dfd5b66a89c5ae7f6b67ce00ff9ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7403cd971d8df8dc7f4659d4fc31d1d95b8dfd5b66a89c5ae7f6b67ce00ff9ef, en de alinea staat in dat document op bytes 9267 tot 10102.