Citaat | Hoge Raad 3 juni 2022
Onder 4.1 Hoge Raad 3 juni 2022
Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:826.
Het middel is gericht tegen het hiervoor in 3.2, laatste volzin, vermelde oordeel van het Hof. Het betoogt dat de mededinging op de Nederlandse handelsmarkt van personenauto’s die voor de heffing van bpm niet als gebruikt worden aangemerkt, door de werking van de regeling van artikel 16a, lid 1, van de Wet wordt verstoord, en dat hierdoor een op grond van artikel 110 VWEU verboden discriminerende werking optreedt. Het middel betoogt dat het bij gelijktijdige ingebruikneming van gelijksoortige personenauto’s in Nederland vanwege de in artikel 16a, lid 1, van de Wet neergelegde regeling niet is uitgesloten dat de heffing van bpm bij de ingebruikneming van een in Nederland nieuw aangekochte personenauto lager uitvalt dan bij de ingebruikneming in Nederland van een soortgelijke in het buitenland nieuw aangekochte personenauto.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7403cd971d8df8dc7f4659d4fc31d1d95b8dfd5b66a89c5ae7f6b67ce00ff9ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7403cd971d8df8dc7f4659d4fc31d1d95b8dfd5b66a89c5ae7f6b67ce00ff9ef, en de alinea staat in dat document op bytes 11056 tot 11909.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7403cd971d8df8dc7f4659d4fc31d1d95b8dfd5b66a89c5ae7f6b67ce00ff9ef | shasum -a 256