Citaat | Hoge Raad 3 juni 2022

Onder 4.2.7 Hoge Raad 3 juni 2022

Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:826.

De regeling van artikel 16a, lid 1, van de Wet, zoals die tot 2022 gold, maakte bovendien onderscheid doordat het als voorwaarde voor de tegemoetkoming stelde dat de personenauto binnen twee maanden na de inwerkingtreding van een tariefverhoging te naam is gesteld in het Nederlandse kentekenregister. Die beperking in de tijd is bij de invoering van artikel 16a, lid 1, van de Wet in 1998 aangebracht om te voorkomen dat de gevolgen van de tariefverhoging enige tijd worden uitgehold doordat dealers in het zicht van een verhoging van het tarief van de bpm zo veel mogelijk nieuwe personenauto’s inkopen en van een kenteken laten voorzien, opdat bij latere verkoop en tenaamstelling het tarief van vóór de tariefverhoging van toepassing zou zijn. Gelet op die doelstelling kan niet worden gezegd dat deze beperking in de tijd bij de invoering ervan evident van redelijke grond was ontbloot. In het midden kan blijven of de rechtvaardiging daarvoor met ingang van het jaar 2012 is komen te vervallen. Ook indien dat het geval is, bestaat er op de hiervoor in 4.2.5 weergegeven gronden voor de rechter hoe dan ook geen aanleiding om met ingang van het jaar 2012 op grond van het verbod van discriminatie dit niet langer gerechtvaardigde tariefvoordeel uit te breiden tot nieuwe personenauto’s die meer dan twee maanden na de inwerkingtreding van een tariefverhoging te naam worden gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7403cd971d8df8dc7f4659d4fc31d1d95b8dfd5b66a89c5ae7f6b67ce00ff9ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7403cd971d8df8dc7f4659d4fc31d1d95b8dfd5b66a89c5ae7f6b67ce00ff9ef, en de alinea staat in dat document op bytes 21404 tot 22875.