Citaat | Hoge Raad 10 juni 2022
Onder 6.3. Hoge Raad 10 juni 2022
Een alinea uit Hoge Raad 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:858.
Bij de beoordeling staat het volgende voorop. Het Engelse strafvonnis is tot stand gekomen in een procedure die – zo moet worden aangenomen – voldoet aan alle eisen van artikel 6 EVRM (zie ook onder 6.9. hierna). De daaropvolgende procedure in Nederland om de straf die bij dat Engelse vonnis is opgelegd aan te passen (de aanpassingsprocedure van artikel 2:11 van de Wets) had vervolgens nooit kunnen leiden – en heeft ook niet geleid – tot een langere gevangenisstraf dan bij dat vonnis is opgelegd. Verder is van belang dat de Minister bij zijn beslissing op grond van artikel 2:12 Wets gebonden is aan de wet (waaronder de Wets) en aan de beoordeling van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ex artikel 2:11 derde lid Wets. Uit de parlementaire geschiedenis [voetnoot hof: Kamerstukken 2011/12, 32885, C, p. 5-6 en p. 10-11] volgt dat de Minister (slechts), indien hem, nadat hij het oordeel van het hof heeft ontvangen, concrete aanwijzingen bereiken dat het buitenlandse vonnis tot stand is gekomen met een flagrante schending van fundamentele rechtsbeginselen, de erkenning niettemin kan weigeren. Niet gesteld of gebleken is dat in dit geval van zo’n schending sprake is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4e06a5e0fcd12ebc62fa7d2d49585b749e7a341e8d737d5424de25d8dfa00eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4e06a5e0fcd12ebc62fa7d2d49585b749e7a341e8d737d5424de25d8dfa00eb, en de alinea staat in dat document op bytes 20832 tot 22031.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a4e06a5e0fcd12ebc62fa7d2d49585b749e7a341e8d737d5424de25d8dfa00eb | shasum -a 256