Citaat | Hoge Raad 10 juni 2022

Onder 6.4. Hoge Raad 10 juni 2022

Een alinea uit Hoge Raad 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:858.

De stellingen van [eiser] komen erop neer dat niettemin sprake is van een onrechtmatige (verdere) executie, omdat de aanpassing van de aan hem opgelegde straf een fout bevat. Deze gedachtegang is onjuist. De executie van het Engelse vonnis vindt plaats conform de wet, dus nadat de Minister de straf heeft aangepast overeenkomstig het oordeel van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waaraan de Minister gebonden was. Een veroordelende beslissing van de strafrechter moet tenuitvoergelegd worden [voetnoot hof: Vgl. HR 1 februari 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0103, NJ 1991/413]. Dit is slechts anders als de beslissing nog niet vatbaar is voor tenuitvoerlegging, of als de executiebevoegdheid is vervallen op de voet van een wettelijk voorschrift, zoals in geval van een op de wet gegrond gratiebesluit. Buiten deze gevallen is het in beginsel niet toegestaan om definitief geheel of gedeeltelijk af te zien van de tenuitvoerlegging van een voor tenuitvoerlegging vatbare veroordelende beslissing van de strafrechter [voetnoot hof: Zie ook HR 27 februari 2015, ECLI:NL:HR2015:500, NJ 2015/232].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4e06a5e0fcd12ebc62fa7d2d49585b749e7a341e8d737d5424de25d8dfa00eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4e06a5e0fcd12ebc62fa7d2d49585b749e7a341e8d737d5424de25d8dfa00eb, en de alinea staat in dat document op bytes 22111 tot 23211.