Citaat | Hoge Raad 10 juni 2022

Onder 6.9. Hoge Raad 10 juni 2022

Een alinea uit Hoge Raad 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:858.

Voor zover [eiser] bezwaren uit tegen de Wets-procedure in het algemeen en stelt dat de wettelijke procedure in strijd is met een aantal fundamentele rechten, waaronder het recht op hoor en wederhoor, geldt dat dit kort geding zich niet leent voor een beoordeling van dergelijke algemene bezwaren. Het hof volstaat met de opmerking dat [eiser] met zijn stellingen miskent dat de Wets-procedure niet valt onder de reikwijdte van artikel 6 EVRM. De Engelse strafprocedure valt daar wel onder en in Nederland mag ervan worden uitgegaan dat het Engelse strafvonnis tot stand is gekomen in overeenstemming met de eisen van het EVRM, waaronder artikel 6 EVRM. Het Kaderbesluit is immers juist gebaseerd op het onderling vertrouwen tussen de Europese lidstaten in elkaars rechtsstelsels – in het bijzonder ook ten aanzien van de mensenrechten – waardoor Nederland de tenuitvoerlegging van de in een ander EU-land opgelegde straf in beginsel gewoon kan voortzetten. Vaststaat ook dat [eiser] zich in de strafprocedure heeft kunnen verdedigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4e06a5e0fcd12ebc62fa7d2d49585b749e7a341e8d737d5424de25d8dfa00eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4e06a5e0fcd12ebc62fa7d2d49585b749e7a341e8d737d5424de25d8dfa00eb, en de alinea staat in dat document op bytes 27693 tot 28744.