Citaat | Hoge Raad 10 juni 2022

Onder 2.10.2 Hoge Raad 10 juni 2022

Een alinea uit Hoge Raad 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:862.

Een effectenbemiddelaar – en dus ook een cliëntenremisier – die werkzaam is bij de totstandkoming van transacties in effecten, diende op grond van de Wte 1995 – zoals deze wet luidde tot 1 januari 2007 – te beschikken over een vergunning. Van die verplichting is in art. 12 van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995 (oud) (hierna: Vrijstellingsregeling Wte 1995) een generieke vrijstelling verleend aan tussenpersonen die zich – kort gezegd – beperken tot het aanbrengen van cliënten bij een effecteninstelling (zoals Dexia) die zelf over een vergunning beschikt. In het arrest B/Dexia (rov. 4.6.2) is geoordeeld dat er geen goede grond is om deze generieke vrijstelling ruim uit te leggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7060cd8649a69851ac645fbd29a5078356cda299384e8810e298a1274ead8207. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7060cd8649a69851ac645fbd29a5078356cda299384e8810e298a1274ead8207, en de alinea staat in dat document op bytes 33783 tot 34521.