Citaat | Hoge Raad 28 januari 2022
Onder 5.3.3 Hoge Raad 28 januari 2022
Een alinea uit Hoge Raad 28 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:89.
Indien de inspecteur, anders dan in de hiervoor in 5.3.2 bedoelde gevallen, pas naar aanleiding van een rechterlijke uitspraak in een kennisgeving van een teruggaaf van belasting die op aangifte is voldaan, melding maakt van te vergoeden rente, geldt hetgeen hiervoor in 5.2.2 is overwogen. Daaruit volgt dat tegen hetgeen in de kennisgeving van de inspecteur is vermeld met betrekking tot te vergoeden rente bezwaar open staat indien hetgeen in die kennisgeving is vermeld over rentevergoeding, is aan te merken als een rentebeschikking. Dit laatste kan in elk geval niet worden aangenomen voor zover met betrekking tot die rente door de inspecteur eerder een beschikking is gegeven die als rentebeschikking moet worden aangemerkt. Betreft de hiervoor in 5.3.1 genoemde rechterlijke uitspraak een uitspraak van de rechtbank, en is daartegen hoger beroep aangetekend (de situatie als geschetst in onderdeel 3.15, tweede alinea, van de beslissing van de Rechtbank), dan kan, ook indien hetgeen in de kennisgeving van de inspecteur is vermeld over rentevergoeding, is aan te merken als een rentebeschikking, de bestuursrechter in hoger beroep dus niet beslissen over (de hoogte van) de te vergoeden rente. Wanneer die hogerberoepsrechter desondanks in zijn uitspraak een beslissing neemt over (de hoogte van) te vergoeden rente, dan staat zijn uitspraak in zoverre bloot aan vernietiging indien daartegen beroep in cassatie wordt ingesteld met klachten over die beslissing. Komt die uitspraak in hoger beroep echter onherroepelijk vast te staan, dan is die bindend. Indien het bedrag aan te vergoeden rente volgens de uitspraak in hoger beroep hoger is dan het bedrag dat is vermeld in de rentebeschikking naar aanleiding van de eerste rechterlijke uitspraak, brengt het bindende karakter van die uitspraak mee dat de inspecteur een aanvullende rentebeschikking zal moeten geven (vergelijk 5.1.3 hiervoor). De inspecteur moet dan naar aanleiding van die uitspraak in hoger beroep een aanvullende rentebeschikking geven waardoor het totale door de inspecteur vastgestelde bedrag aan te vergoeden rente ten minste gelijk is aan de rentevergoeding waartoe de hogerberoepsrechter heeft besloten. Tegen die aanvullende rentebeschikking kan eveneens bezwaar worden gemaakt. Indien het bedrag aan te vergoeden rente volgens de uitspraak in hoger beroep lager is dan het bedrag dat is vermeld in de rentebeschikking naar aanleiding van de eerste rechterlijke uitspraak, dan heeft dat geen gevolgen voor de belanghebbende. In dat geval moet worden uitgegaan van het bedrag van de te vergoeden rente zoals vermeld in de rentebeschikking naar aanleiding van de eerste rechterlijke uitspraak, en kan in bezwaar en beroep tegen deze rentebeschikking worden bepleit dat een nog hoger bedrag aan rente moet worden vergoed.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/55a883672b36897c054d98a0c27d886a1bb23dff7fc560c00988bbdafb6fc3d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 55a883672b36897c054d98a0c27d886a1bb23dff7fc560c00988bbdafb6fc3d8, en de alinea staat in dat document op bytes 27671 tot 30502.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/55a883672b36897c054d98a0c27d886a1bb23dff7fc560c00988bbdafb6fc3d8 | shasum -a 256