Citaat | Hoge Raad 30 juni 2023

Onder 3.3 Hoge Raad 30 juni 2023

Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:1007.

Nu de executeur gedurende zijn beheer bij de vervulling van zijn taak de gezamenlijke erfgenamen in en buiten rechte vertegenwoordigt en daarbij optreedt als privatief vertegenwoordiger van de erfgenamen, moet het voorgaande aldus worden begrepen dat [verweerster 2] na het overlijden van [de ene zoon van de moeder] de procedure heeft voortgezet in haar hoedanigheid van executeur van de nalatenschap, die de gezamenlijke erfgenamen vertegenwoordigt. Dit brengt mee dat [eiseres 1] en [eiseres 2] niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun cassatieberoep voor zover het is ingesteld tegen [verweerster 1]. Voor zover het cassatieberoep is ingesteld tegen [verweerster 2] begrijpt de Hoge Raad de procesinleiding aldus, dat deze is gericht tegen [verweerster 2] in haar hoedanigheid van executeur van de nalatenschap van [de ene zoon van de moeder].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd18caca35e0b32ae7a39854a9f55e41e87db956d71894e300092752034e82a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd18caca35e0b32ae7a39854a9f55e41e87db956d71894e300092752034e82a6, en de alinea staat in dat document op bytes 17701 tot 18639.