Citaat | Hoge Raad 30 juni 2023

Onder 4.2 Hoge Raad 30 juni 2023

Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:1007.

Deze klachten slagen. In het tussenarrest van 11 augustus 2020 heeft het hof vastgesteld dat appellanten geen grieven hebben gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat de zonen de moeder niet juist en volledig hebben geïnformeerd over de waarde van [perceel 1] en aan haar geen marktconforme prijs hebben betaald, dat zij moeten worden geacht daarmee tegenover de moeder onrechtmatig te hebben gehandeld en gehouden zijn de schade die hiervan het gevolg is te vergoeden (rov. 3.8), alsmede dat het in hoger beroep ten aanzien van [perceel 1] alleen gaat om de eventuele schade (rov. 3.13). Daarmee is onverenigbaar het oordeel van het hof in het eindarrest dat ten aanzien van [perceel 1] geen feiten zijn komen vast te staan waaruit kan volgen dat de zonen onrechtmatig hebben gehandeld en de afwijzing van het gevorderde ten aanzien van dit perceel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd18caca35e0b32ae7a39854a9f55e41e87db956d71894e300092752034e82a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd18caca35e0b32ae7a39854a9f55e41e87db956d71894e300092752034e82a6, en de alinea staat in dat document op bytes 19528 tot 20397.