Citaat | Hoge Raad 7 juli 2023

Onder 4 Hoge Raad 7 juli 2023

Een alinea uit Hoge Raad 7 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:1056.

4.2.2 De door het Hof vastgestelde feiten houden in dat de heffingsambtenaar vóór het moment waarop hij bekend was of moest worden geacht te zijn met een ingediend bezwaarschrift aan belanghebbende kenbaar heeft gemaakt dat op diens verzoek een lagere WOZ-waarde werd vastgesteld. Na ontvangst van het bezwaarschrift kon de heffingsambtenaar ervan uitgaan dat het was gericht tegen de WOZ-beschikking zoals die na zijn toezegging was komen te luiden. Bij de in 2.4 weergegeven uitspraken op bezwaar is de WOZ-waarde niet verder gewijzigd. Onder deze omstandigheden heeft het Hof terecht geoordeeld dat de behandeling van het bezwaar niet heeft geleid tot herroeping van de WOZ-beschikking wegens een aan de heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid als bedoeld in artikel 7:15, lid 2, Awb. Het middel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3461ba547c807a7cac1968a84579d916071d081c6481b767b7b2d529c4a526af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3461ba547c807a7cac1968a84579d916071d081c6481b767b7b2d529c4a526af, en de alinea staat in dat document op bytes 15097 tot 15922.