Citaat | Hoge Raad 8 september 2023
Onder 3.3.3 Hoge Raad 8 september 2023
Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1197.
Uit de parlementaire geschiedenis van art. 6:236, aanhef en onder g, BW blijkt dat bedingen die betrekking hebben op gevallen waarin de wet het verval van rechten verbindt aan een door een partij binnen een ‘redelijke’ of ‘korte’ termijn of ‘binnen bekwame tijd’ te verrichten handeling, zoals art. 6:89 BW, worden bestreken door art. 6:237, aanhef en onder h, BW. Art. 6:236, aanhef en onder g, BW ziet uitsluitend op bedingen die een wettelijke verjaringstermijn verkorten tot een verjaringstermijn van minder dan één jaar of die een wettelijke vervaltermijn verkorten tot een vervaltermijn van minder dan één jaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/48895ef8905ae713ba43b79fb776203f802a8c23bd2730d21c2075238d3fefc7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 48895ef8905ae713ba43b79fb776203f802a8c23bd2730d21c2075238d3fefc7, en de alinea staat in dat document op bytes 24326 tot 25099.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/48895ef8905ae713ba43b79fb776203f802a8c23bd2730d21c2075238d3fefc7 | shasum -a 256