Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2023
Onder 5.4 Hoge Raad 6 oktober 2023
Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1371.
Middel 4 faalt voor zover het betoogt dat het oordeel van het Hof in strijd is met het evenredigheidsbeginsel zoals dat is vastgelegd in artikel 3:4, lid 2, Awb. De toepassing van artikel 36, lid 4, IW 1990 kan niet worden getoetst aan artikel 3:4, lid 2, Awb. Uit artikel 3:4, lid 1, Awb, dat in samenhang met artikel 3:4, lid 2, Awb moet worden gelezen, volgt namelijk dat dit wetsartikel een belangenafweging door het bestuursorgaan als bedoeld in artikel 3:4, lid 1, Awb alleen voorschrijft voor zover niet uit een ander wettelijk voorschrift een beperking voortvloeit. Een wettelijke bepaling die het bestuursorgaan dwingt in een bepaalde situatie een besluit met een bepaalde inhoud te nemen, is zo’n beperking. Zoals hiervoor in 5.2.2 is overwogen, is artikel 36 IW 1990 dwingend geformuleerd. De ontvanger heeft geen discretionaire bevoegdheid om af te zien van aansprakelijkstelling indien het lichaam niet of niet tijdig heeft voldaan aan zijn meldingsplicht. De wet kent hem ook niet de bevoegdheid toe om de aansprakelijkheid te matigen (zie hiervoor in 3.8). Dit betekent dat het de ontvanger niet vrijstaat bij de toepassing van die bepaling belangen af te wegen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2de4c679ea1241eb1741332916fa5c4129d4dc90a2c434016a9ad88a4a33a09. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2de4c679ea1241eb1741332916fa5c4129d4dc90a2c434016a9ad88a4a33a09, en de alinea staat in dat document op bytes 25095 tot 26351.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2de4c679ea1241eb1741332916fa5c4129d4dc90a2c434016a9ad88a4a33a09 | shasum -a 256