Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2023
Onder 5.6.5 Hoge Raad 6 oktober 2023
Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1371.
Hetgeen hiervoor in 5.6.4 is overwogen, komt erop neer dat een bestuurder alleen in geval van overmacht of als hij te goeder trouw is afgegaan op het advies van een derde die hij voor voldoende deskundig mocht houden, aannemelijk zal kunnen maken dat het niet aan hem is te wijten dat het lichaam niet op de juiste wijze aan zijn meldingsplicht heeft voldaan. Dit zijn zodanig bijzondere omstandigheden dat moet worden aangenomen dat een bestuurder in de praktijk het vereiste bewijs niet zal kunnen leveren in verreweg de meeste gevallen waarin het lichaam niet of niet op de juiste wijze aan de meldingsplicht heeft voldaan. Bijgevolg zal de bestuurder hoogst zelden worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs ter weerlegging van het vermoeden dat het aan zijn kennelijk onbehoorlijk bestuur is te wijten dat het lichaam zijn belastingschulden niet heeft betaald. Anders dan de Hoge Raad heeft geoordeeld in zijn arrest van 21 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BL0202, rechtsoverweging 5.3, is hij daarom thans van oordeel dat het voor een bestuurder van een lichaam dat niet op de juiste wijze aan zijn meldingsplicht heeft voldaan, in de praktijk uiterst moeilijk is dat tegenbewijs te leveren en aldus te ontkomen aan aansprakelijkheid voor belastingschulden van het lichaam, waaronder omzetbelastingschulden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2de4c679ea1241eb1741332916fa5c4129d4dc90a2c434016a9ad88a4a33a09. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2de4c679ea1241eb1741332916fa5c4129d4dc90a2c434016a9ad88a4a33a09, en de alinea staat in dat document op bytes 34039 tot 35370.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2de4c679ea1241eb1741332916fa5c4129d4dc90a2c434016a9ad88a4a33a09 | shasum -a 256