Citaat | Hoge Raad 24 november 2023

Onder 4.2.2 Hoge Raad 24 november 2023

Een alinea uit Hoge Raad 24 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1632.

Overeenkomstig de gegevens genoemd in rov. 6.2 van de eindbeschikking heeft het hof kennelijk tot uitgangspunt genomen dat [de tweede echtgenote] begunstigde was ten aanzien van het deel van de levensverzekering dat bij het overlijden van de erflater tot uitkering kwam en dat de daarmee gemoeide uitkering van € 400.000,-- in haar privévermogen viel. Dit betekent dat deze uitkering niet in de nalatenschap van de erflater valt en dus niet van invloed is op de omvang van de geldvorderingen van de (stief)kinderen uit hoofde van art. 4:13 lid 3 BW. De betaling door ASR van dit bedrag na het overlijden van de erflater aan Direktbank in mindering op de hypothecaire schuld die voor de helft tot de nalatenschap behoort, heeft dan ook plaatsgevonden ten laste van het privévermogen van [de tweede echtgenote] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea8553bdee7f18f9b23d8482b0c0fbf17e2677566098abd88767c2ea4449ae11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea8553bdee7f18f9b23d8482b0c0fbf17e2677566098abd88767c2ea4449ae11, en de alinea staat in dat document op bytes 17393 tot 18220.