Citaat | Hoge Raad 10 februari 2023

Onder 2.3.2 Hoge Raad 10 februari 2023

Een alinea uit Hoge Raad 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:198.

De kantonrechter heeft in het tussenvonnis van 11 september 2020 , samengevat, geoordeeld als volgt. De ouder is de overeenkomst aangegaan als consument en de bedingen waarop partijen zich beroepen zijn opgenomen in algemene voorwaarden. De rechter moet op grond van Richtlijn 93/13 ambtshalve onderzoeken of de bedingen oneerlijk zijn. (rov. 4.3) Bij de beoordeling van de vraag of een beding oneerlijk is, moet de rechter onder meer betrekken welke rechten partijen zouden hebben in het geval het beding niet was overeengekomen. Van belang is dat de tussen partijen gesloten overeenkomst moet worden aangemerkt als een overeenkomst van opdracht. De opdrachtgever die een natuurlijk persoon is en niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf kan de overeenkomst ingevolge art. 7:408 leden 1 en 3 BW te allen tijde opzeggen zonder aan de opdrachtnemer een schadevergoeding verschuldigd te zijn. De kantonrechter heeft [eiseres] in de gelegenheid gesteld zich erover uit te laten of het beding in haar algemene voorwaarden in strijd is met art. 7:408 leden 1 en 3 BW. (rov. 4.4)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/075ee09d6bb0fdfd2b4838b6e03da3985196bdb9b955bed69553b4b45e7a2564. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 075ee09d6bb0fdfd2b4838b6e03da3985196bdb9b955bed69553b4b45e7a2564, en de alinea staat in dat document op bytes 11710 tot 12875.