Citaat | Hoge Raad 10 februari 2023

Onder 3.4.2 Hoge Raad 10 februari 2023

Een alinea uit Hoge Raad 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:198.

Art. 7:408 lid 1 BW moet aldus worden begrepen dat de consument-opdrachtgever de overeenkomst op elk moment kan opzeggen. Uit de parlementaire geschiedenis kan worden afgeleid dat art. 7:408 lid 1 BW in verbinding met art. 7:413 lid 2 BW niet eraan in de weg staat dat een opzegtermijn wordt overeengekomen. Steun hiervoor is bovendien te vinden in het bepaalde in art. 6:236, onder j, BW en art. 6:237, onder k en o, BW. Uit die bepalingen volgt dat bij een overeenkomst tot het geregeld doen van verrichtingen, gesloten tussen een gebruiker en een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf (waaronder ook valt een overeenkomst tot kinderopvang), een gehanteerde opzegtermijn van maximaal één maand niet wordt aangemerkt als onredelijk bezwarend of wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn. In bijzondere omstandigheden kan een gehanteerde opzegtermijn van langer dan één maand gerechtvaardigd zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/075ee09d6bb0fdfd2b4838b6e03da3985196bdb9b955bed69553b4b45e7a2564. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 075ee09d6bb0fdfd2b4838b6e03da3985196bdb9b955bed69553b4b45e7a2564, en de alinea staat in dat document op bytes 18430 tot 19451.