Citaat | Hoge Raad 10 februari 2023

Onder 3.6.2 Hoge Raad 10 februari 2023

Een alinea uit Hoge Raad 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:198.

In het geval de consument-opdrachtgever de overeenkomst tot kinderopvang opzegt op of na het voor de aanvang van de kinderopvang overeengekomen tijdstip (hierna: de aanvangsdatum) maar voordat de opdracht is volbracht of de tijd waarvoor zij is verleend, is verstreken, heeft de opdrachtnemer op grond van art. 7:411 lid 1 BW recht op het loon over de opzegtermijn, ook indien de opdrachtgever gedurende de opzegtermijn geen gebruik maakt van de kinderopvang. Dat is, gelet op de aard en inhoud van de overeenkomst tot kinderopvang, redelijk omdat de opdrachtnemer zich beschikbaar heeft gehouden om de werkzaamheden waartoe de opdracht verplicht, uit te voeren, daarvoor kosten heeft gemaakt en de vrijgehouden opvangplek in de regel niet onmiddellijk door een ander kind kan worden ingevuld. Een opzegging brengt dus niet (onmiddellijk) mee dat de kinderopvangorganisatie minder kosten maakt. Gedurende de periode waarover loon wordt betaald, behoudt de opdrachtgever het recht op kinderopvang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/075ee09d6bb0fdfd2b4838b6e03da3985196bdb9b955bed69553b4b45e7a2564. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 075ee09d6bb0fdfd2b4838b6e03da3985196bdb9b955bed69553b4b45e7a2564, en de alinea staat in dat document op bytes 22296 tot 23319.