Citaat | Hoge Raad 10 februari 2023
Onder 3.6.4 Hoge Raad 10 februari 2023
Een alinea uit Hoge Raad 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:198.
Op grond van het voorgaande moet de derde prejudiciële vraag als volgt worden beantwoord. Bij een overeenkomst tot kinderopvang staan art. 7:408 BW, art. 7:411 BW en art. 7:413 BW in beginsel niet eraan in de weg dat partijen een vergoeding overeenkomen voor het geval de overeenkomst door een consument-opdrachtgever wordt opgezegd, mits deze vergoeding niet meer bedraagt dan het overeengekomen loon over de opzegtermijn. Gedurende de periode waarover loon wordt betaald, behoudt de opdrachtgever het recht op kinderopvang. Een annulering binnen één maand voor de aanvangsdatum wordt aangemerkt als een opzegging op de aanvangsdatum.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/075ee09d6bb0fdfd2b4838b6e03da3985196bdb9b955bed69553b4b45e7a2564. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 075ee09d6bb0fdfd2b4838b6e03da3985196bdb9b955bed69553b4b45e7a2564, en de alinea staat in dat document op bytes 24370 tot 25034.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/075ee09d6bb0fdfd2b4838b6e03da3985196bdb9b955bed69553b4b45e7a2564 | shasum -a 256