Citaat | Hoge Raad 10 februari 2023
Onder 3.7 Hoge Raad 10 februari 2023
Een alinea uit Hoge Raad 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:198.
De vierde prejudiciële vraag stelt aan de orde of een beding in algemene voorwaarden dat ten nadele van de consument afwijkt van art. 7:408 BW en art. 7:411 BW, welke Nederlandsrechtelijke bepalingen ten aanzien van de minimaal vereiste bescherming van de consument van dwingend recht zijn en niet hun grondslag vinden in het Unierecht, altijd (of in beginsel) oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13 en om die reden door de rechter, zo nodig ambtshalve, buiten toepassing moet worden gelaten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/075ee09d6bb0fdfd2b4838b6e03da3985196bdb9b955bed69553b4b45e7a2564. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 075ee09d6bb0fdfd2b4838b6e03da3985196bdb9b955bed69553b4b45e7a2564, en de alinea staat in dat document op bytes 25687 tot 26197.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/075ee09d6bb0fdfd2b4838b6e03da3985196bdb9b955bed69553b4b45e7a2564 | shasum -a 256