Citaat | Hoge Raad 10 februari 2023

Onder 3.2.1 Hoge Raad 10 februari 2023

Een alinea uit Hoge Raad 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:199.

Onderdeel 7.2 van het middel klaagt onder meer dat het oordeel van het hof (in rov. 2.7) over de lening van Bab van ruim € 2,6 miljoen aan PVG-9, gelet op de stellingen van Bab, onbegrijpelijk is. Bab wijst ter onderbouwing van haar klacht op de hiernavolgende stellingen en betoogt dat het hof die stellingen kenbaar in zijn motivering had moeten betrekken. Bab heeft, onder verwijzing naar de bevindingen van de onderzoeker en onder aanhaling van de toenmalige correspondentie, uiteengezet dat aanvankelijk, voordat tussen Bab en MHS een conflict ontstond, PVG-9 (onder regie van MHS) de lening van Bab uitdrukkelijk heeft erkend en dat ook MHS zelf ondubbelzinnig ervan blijk heeft gegeven dat Bab een lening van ruim € 2,6 miljoen aan PVG-9 had verstrekt. Bij die stand van zaken waren de leningen aan PVG-9 afkomstig van Bab en MHS in dezelfde 15/85-verhouding waarin zij ook de aandelen hielden. PVG-9 stemde, met afschrift aan MHS, (dan) ook in met het verzoek van Bab om deze lening alsnog op schrift te stellen. Pas medio 2009 bleek PVG-9/MHS ineens niet langer bereid om de lening te formaliseren. Bab heeft gesteld dat MHS de lening van Bab aan PVG-9 toen alsnog is gaan ontkennen om, door middel van de emissies, Bab te kunnen laten verwateren. De emissies zouden immers niet tot dit door MHS beoogde doel (verregaande verwatering) leiden als ook Bab haar lening aan PVG-9 (evenals MHS de hare) kon cederen en zo (ook) 15% van de nieuw uit te geven aandelen zou verkrijgen. Bab heeft verder erop gewezen dat de onderzoeker Babs stellingen over het bestaan van de lening aannemelijker acht dan de betwisting van die lening door MHS en Intertrust, omdat Babs stellingen steun vinden in stukken van MHS en PVG-9 waarvan de authenticiteit niet wordt betwist, en dat Intertrust zelf bereid was om de lening van Bab als inbreng bij de emissies te aanvaarden. Het onderdeel betoogt dat zonder nadere motivering niet valt in te zien waarom het verzuim van Intertrust om onder die omstandigheden nader onderzoek te doen naar de lening van Bab en het zonder meer accepteren van de ‘draai’ van MHS, geen wanbeleid oplevert. Intertrust diende immers ook te waken over het belang van Bab bij het voorkomen van verwatering van haar aandelenbelang. Bovendien was het al dan niet bestaan van de Bab-lening voor de vermogenspositie van PVG-9 – en daarmee uiteindelijk voor Cordial en Turnham – van groot belang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0fcdeaab99641000a5d7de2529dd4143d13db82b1af3fa6914bd76d62ca6d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0fcdeaab99641000a5d7de2529dd4143d13db82b1af3fa6914bd76d62ca6d63, en de alinea staat in dat document op bytes 35731 tot 38168.