Citaat | Hoge Raad 3 maart 2023
Onder 2.3.1 Hoge Raad 3 maart 2023
Een alinea uit Hoge Raad 3 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:330.
Het Hof heeft, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 5 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1460 (hierna: het Mauritius-arrest), vooropgesteld dat een belastingplichtige voor leningen in verband met de verkrijging van aandelen, in beginsel erin slaagt het van hem gevergde bewijs te leveren dat aan een geldlening in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag liggen indien hij feiten en omstandigheden aannemelijk maakt die tot de conclusie leiden dat geen sprake is geweest van een onzakelijke omleiding. Dit beginsel geldt, aldus het Hof, in het geval dat de rechtshandeling waarop de geldlening ziet, zakelijk is. Het geldt naar het oordeel van het Hof ook in dit geval, waarin de kapitaalstortingen worden gefinancierd met concernleningen van een verbonden lichaam. Van een onzakelijke omleiding is dan geen sprake als de rechtstreekse (concern)crediteur het vermogen benodigd voor de leningen niet heeft aangetrokken met het oog op de kapitaalstorting, aldus het Hof.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2caabda7b51b413f29aa44c295db790dad8ca888d2da8ad97113f50ea5bc208. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2caabda7b51b413f29aa44c295db790dad8ca888d2da8ad97113f50ea5bc208, en de alinea staat in dat document op bytes 12297 tot 13300.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b2caabda7b51b413f29aa44c295db790dad8ca888d2da8ad97113f50ea5bc208 | shasum -a 256