Citaat | Hoge Raad 3 maart 2023

Onder 2.3.2 Hoge Raad 3 maart 2023

Een alinea uit Hoge Raad 3 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:330.

Vervolgens heeft het Hof geoordeeld dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat geen sprake is van een onzakelijke omleiding. Daartoe heeft het Hof als volgt overwogen. Belanghebbende heeft “geen inzicht gegeven in hoe en vanwaar de benodigde gelden die door [Treasury] zijn verstrekt, zijn verkregen”. Belanghebbende schept daarover zelfs verwarring. Enerzijds stelt zij dat Treasury geen vermogen hoefde aan te trekken om de leningen te verstrekken. Anderzijds vermeldt zij dat, gegeven de nagenoeg afwezigheid van eigen vermogen, het niet anders kan zijn dan dat de rente die Treasury ontvangt, in de vorm van te betalen rente nagenoeg geheel doorstroomt naar andere lichamen. Dit betekent dat onduidelijk is of lening 1 en lening 2 zijn verstrekt uit middelen die bij Treasury zijn opgekomen als eigen vermogen zonder dat deze middelen zijn verworven met het oog op het doen van de kapitaalstortingen. Daarom liggen aan beide leningen niet in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag, aldus nog steeds het Hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2caabda7b51b413f29aa44c295db790dad8ca888d2da8ad97113f50ea5bc208. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2caabda7b51b413f29aa44c295db790dad8ca888d2da8ad97113f50ea5bc208, en de alinea staat in dat document op bytes 13373 tot 14427.