Citaat | Hoge Raad 3 maart 2023
Onder 3.3.4 Hoge Raad 3 maart 2023
Een alinea uit Hoge Raad 3 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:330.
Naast die keuzevrijheid heeft een belastingplichtige, en in het onderhavige geval een concern, de vrijheid zijn economische belangen en (financiële) middelen onder te brengen in een in Nederland gevestigde vennootschap, ook al wordt die keuze bepaald door omstandigheden die zijn gelegen in de sfeer van de belastingheffing. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 10a van de Wet blijkt niet dat met de invoering van die bepaling is beoogd deze tweede vrijheid te beperken. Die vrijheid geldt voor de inrichting van een concern, dat wil zeggen dat geen bepaling van de Wet of een daaraan ten grondslag liggend beginsel normen behelst met betrekking tot de vraag op welke plaats binnen het concern werkzaamheden worden ondergebracht en op welke plaats houdster- en tussenhoudsteractiviteiten of financieringsactiviteiten worden uitgevoerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2caabda7b51b413f29aa44c295db790dad8ca888d2da8ad97113f50ea5bc208. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2caabda7b51b413f29aa44c295db790dad8ca888d2da8ad97113f50ea5bc208, en de alinea staat in dat document op bytes 20517 tot 21504.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b2caabda7b51b413f29aa44c295db790dad8ca888d2da8ad97113f50ea5bc208 | shasum -a 256