Citaat | Hoge Raad 3 maart 2023

Onder 3.6.3 Hoge Raad 3 maart 2023

Een alinea uit Hoge Raad 3 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:330.

Indien rente als bedoeld in artikel 10a, lid 2, van de Wet (tekst tot en met 2006) dan wel artikel 10a, lid 1, van de Wet (tekst vanaf 2007) in aftrek komt op de grond dat de belastingplichtige aannemelijk heeft gemaakt dat aan de desbetreffende geldlening respectievelijk schuld en de daarmee verband houdende rechtshandeling in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag liggen, is daarmee uitgesloten dat ter zake van deze zelfde geldlening respectievelijk schuld en rechtshandeling wordt voldaan aan het motiefvereiste voor toepassing van het leerstuk van wetsontduiking. Dit betekent dat de aftrek van rente in dat geval niet alsnog kan worden geweigerd op grond van het beroep dat de Inspecteur heeft gedaan op dit leerstuk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2caabda7b51b413f29aa44c295db790dad8ca888d2da8ad97113f50ea5bc208. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2caabda7b51b413f29aa44c295db790dad8ca888d2da8ad97113f50ea5bc208, en de alinea staat in dat document op bytes 28230 tot 28985.