Citaat | Hoge Raad 31 maart 2023
Onder 8.2 Hoge Raad 31 maart 2023
Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:497.
Bij beoordeling van dat verweer en de grieven die daarop gebaseerd zijn neemt het hof tot uitgangspunt dat het de Gemeente in beginsel vrij staat zich te beroepen op haar positie als eigenaar van het waterperceel en de daaraan verbonden rechten uit te oefenen. Die vrijheid is echter niet onbeperkt. Ten aanzien van openbare zaken met een publieke bestemming, zoals wegen en openbare wateren, geldt immers dat de rechthebbende het gebruik van een dergelijke zaak door anderen overeenkomstig die publieke bestemming heeft te dulden. Het onderwerpen van dergelijk gebruik aan privaatrechtelijke voorwaarden is niet toegestaan. Gaat het echter om bijzonder gebruik, dat wil zeggen een gebruik dat een bijzonder beslag op de openbare zaak legt, dan is privaatrechtelijke regulering wel mogelijk, althans voor zover daarmee geen publiekrechtelijke regeling onaanvaardbaar wordt doorkruist en de eigenaarsbevoegdheid niet wordt misbruikt. Het hof neemt tot uitgangspunt dat het afmeren van een woonark in openbaar vaarwater een vorm van bijzonder gebruik is dat de eigenaar niet behoeft te dulden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be618f68dabc8fc1ee0391c5d25e59eb47786faf920215408f61b65c05ea8ee1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be618f68dabc8fc1ee0391c5d25e59eb47786faf920215408f61b65c05ea8ee1, en de alinea staat in dat document op bytes 11658 tot 12762.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be618f68dabc8fc1ee0391c5d25e59eb47786faf920215408f61b65c05ea8ee1 | shasum -a 256