Citaat | Hoge Raad 14 april 2023
Onder 2.2 Hoge Raad 14 april 2023
Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:560.
De Rechtbank heeft op 26 april 2021 – op de voet van artikel 8:54 Awb – uitspraak gedaan en het in deze cassatieprocedure aan de orde zijnde beroep van belanghebbende met zaaknummer AWB 19/7074 niet-ontvankelijk verklaard omdat niet is gebleken dat het voor dit beroep verschuldigde griffierecht tijdig is voldaan. De Rechtbank heeft aan dat oordeel onder meer ten grondslag gelegd dat weliswaar bij brief van 24 december 2019 is verzocht om deze zaak te voegen met de andere zaken maar dat het voegingsverzoek op zichzelf genomen geen gevolgen heeft voor de verplichting om het griffierecht tijdig te betalen. Belanghebbende kon achteraf, aldus de Rechtbank, nog op de zitting het voegingsverzoek met de rechter bespreken en het eventueel te veel betaalde griffierecht gerestitueerd krijgen. Het voegingsverzoek alleen maakt het verzuim volgens de Rechtbank niet verontschuldigbaar. Ook overigens is niet gebleken dat sprake is van een situatie waarin redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende niet in verzuim is geweest, aldus de Rechtbank.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32b0bf8dfa14224f940b99ef5c5e2670bf51ce52772a0616ec0f49e405603818. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32b0bf8dfa14224f940b99ef5c5e2670bf51ce52772a0616ec0f49e405603818, en de alinea staat in dat document op bytes 7910 tot 8988.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32b0bf8dfa14224f940b99ef5c5e2670bf51ce52772a0616ec0f49e405603818 | shasum -a 256