Citaat | Hoge Raad 21 april 2023
Onder 2.6 Hoge Raad 21 april 2023
Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:660.
Of de vorderingen jegens Heineken toewijsbaar zijn, zal in de hoofdzaak moeten worden uitgemaakt. Alleen als toewijzing redelijkerwijs reeds op voorhand uitgesloten moet worden geacht, kan het toch aanbrengen van de zaak bij de Nederlandse rechter als misbruik van de bevoegdheidsbepalingen van Verordening Brussel I-bis worden beschouwd. Dat geval doet zich hier niet voor. Ook met inachtneming van het toepasselijke Griekse recht en de betwisting van Heineken c.s. valt op dit moment niet met voldoende zekerheid uit te sluiten dat AB en Heineken mededingingsrechtelijk gesproken als één onderneming moeten worden aangemerkt. (rov 3.9)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e7b974edb290d8e9a54ba924da463cab795a29819c847621b4297c11a879d3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e7b974edb290d8e9a54ba924da463cab795a29819c847621b4297c11a879d3e, en de alinea staat in dat document op bytes 17333 tot 17985.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e7b974edb290d8e9a54ba924da463cab795a29819c847621b4297c11a879d3e | shasum -a 256