Citaat | Hoge Raad 21 april 2023
Onder 3.4 Hoge Raad 21 april 2023
Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:660.
De onderhavige zaak heeft betrekking op de privaatrechtelijke handhaving van het Europese mededingingsrecht. Volgens de rechtspraak van het HvJEU kunnen juridisch verschillende entiteiten voor één mededingingsrechtelijke inbreuk worden aangesproken wanneer deze entiteiten één onderneming vormen, welk begrip in deze context duidt op een economische eenheid. Een moedermaatschappij vormt slechts een en dezelfde onderneming met haar dochteronderneming wanneer zij toezicht uitoefent op het gedrag van haar dochteronderneming, hetgeen kan worden bewezen door aan te tonen dat de moedermaatschappij de mogelijkheid heeft om een beslissende invloed op het gedrag van de dochteronderneming uit te oefenen en dat zij die invloed bovendien daadwerkelijk heeft uitgeoefend, dan wel dat die dochteronderneming niet zelfstandig haar marktgedrag bepaalt, maar hoofdzakelijk de haar door de moedermaatschappij verstrekte instructies volgt, met name gelet op de economische, organisatorische en juridische banden tussen deze twee juridische entiteiten. Deze beslissende invloed wordt vermoed aanwezig te zijn als de moedermaatschappij direct of indirect het gehele of nagenoeg het gehele kapitaal bezit van de dochteronderneming die een inbreuk op de mededingingsregels van de Europese Unie heeft gemaakt (hierna ook: het vermoeden van beslissende invloed). Dit vermoeden kan evenwel worden weerlegd door aan te tonen dat de moedermaatschappij, in weerwil van het feit dat zij het gehele of nagenoeg het gehele kapitaal van de dochtervennootschap in handen had toen de praktijk gaande was, geen instructies heeft gegeven aan de dochtervennootschap, en evenmin direct of indirect, met name via benoemde bestuurders, betrokken was bij de besluitvorming van die dochtervennootschap in verband met de betrokken economische activiteit. Het feit dat het moeilijk is om het tegenbewijs te leveren dat voor de weerlegging van het vermoeden van beslissende invloed noodzakelijk is, impliceert op zich niet dat het vermoeden de facto onweerlegbaar is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e7b974edb290d8e9a54ba924da463cab795a29819c847621b4297c11a879d3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e7b974edb290d8e9a54ba924da463cab795a29819c847621b4297c11a879d3e, en de alinea staat in dat document op bytes 24483 tot 26657.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e7b974edb290d8e9a54ba924da463cab795a29819c847621b4297c11a879d3e | shasum -a 256