Citaat | Hoge Raad 21 april 2023
Onder 3.6 Hoge Raad 21 april 2023
Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:660.
Het onderhavige geval verschilt, voor zover hier van belang, van het geval dat aan de orde was in de zaak CDC/Akzo, doordat de gestelde schending van het mededingingsrecht niet door de Europese Commissie is vastgesteld, maar door de Griekse mededingingsautoriteit, en uitsluitend ten aanzien van dochtervennootschap AB (zie hiervoor in 2.3 onder (v)). Vast staat dat Heineken niet zelf, rechtstreeks, feitelijke handelingen heeft verricht op de Griekse biermarkt (rov. 3.4 van het bestreden arrest). De vordering tegen Heineken berust op de stelling van MTB dat Heineken en AB in de periode waarin de schending van art. 102 VWEU door AB plaatsvond, één onderneming vormden, doordat Heineken beslissende invloed uitoefende op de betrokken economische activiteit van AB, en dat zij op die grond hoofdelijk aansprakelijk is voor de gestelde schending. De nauwe band als bedoeld in art. 8, punt 1, Verordening Brussel I-bis kan daarom uitsluitend worden gebaseerd op de gestelde beslissende invloed. Indien, zoals in dit geval, de verweerder de stellingen van de eiser op dat punt gemotiveerd betwist, rijst de vraag of de rechter ook in het kader van de beoordeling, overeenkomstig de maatstaf vermeld in de arresten Kolassa en Universal Music, van zijn bevoegdheid op grond van art. 8, punt 1, Verordening Brussel I-bis moet uitgaan van het hiervoor in 3.4 vermelde vermoeden van beslissende invloed, ingeval de moedervennootschap direct of indirect het gehele of nagenoeg het gehele kapitaal van de dochtervennootschap bezit. Bij bevestigende beantwoording zal de rechter van de woonplaats van de moedervennootschap zijn bevoegdheid ten aanzien van de vordering tegen de buitenlandse dochtervennootschap moeten aannemen, tenzij laatstgenoemde het vermoeden op voorhand (zonder nadere bewijslevering) weet te ontkrachten. Wanneer de rechter in het kader van de beoordeling van zijn bevoegdheid niet mag uitgaan van het vermoeden, dient hij daarentegen op basis van de stellingen en verweren van partijen daaromtrent (zonder nadere bewijslevering) te onderzoeken of er voldoende aanknopingspunten zijn om ervan uit te gaan dat de moedervennootschap beslissende invloed heeft gehad op de betrokken economische activiteit van de dochtervennootschap.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e7b974edb290d8e9a54ba924da463cab795a29819c847621b4297c11a879d3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e7b974edb290d8e9a54ba924da463cab795a29819c847621b4297c11a879d3e, en de alinea staat in dat document op bytes 27926 tot 30186.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e7b974edb290d8e9a54ba924da463cab795a29819c847621b4297c11a879d3e | shasum -a 256