Citaat | Hoge Raad 30 mei 2023
Onder 3.3.4 Hoge Raad 30 mei 2023
Een alinea uit Hoge Raad 30 mei 2023, ECLI:NL:HR:2023:766.
In het geval dat aan een verdachte zowel het niet voldoen aan de meldplicht als bedoeld in artikel 8 lid 1 Verordening 273/2004, als een Opiumwetdelict met betrekking tot dezelfde geregistreerde stoffen (cumulatief of alternatief) is tenlastegelegd, moet de rechter als eerste beoordelen of dat tenlastegelegde Opiumwetdelict kan worden bewezenverklaard. Als dat het geval is, heeft dat immers tot gevolg dat de verdachte niet kan worden aangemerkt als “marktdeelnemer” in de zin van artikel 8 lid 1 Verordening 273/2004. Als aan een verdachte uitsluitend het niet voldoen aan de meldplicht als bedoeld in artikel 8 lid 1 Verordening 273/2004 is tenlastegelegd, kan het bestanddeel “marktdeelnemer” niet worden bewezenverklaard als komt vast staan – gelet op wat daarover rechtstreeks uit de bewijsvoering volgt dan wel door of namens de verdachte met voldoende concretisering is aangevoerd – dat de verdachte in het kader van een illegale activiteit betrokken is bij het in de handel brengen van geregistreerde stoffen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fac8345906b93d40dcb10c5b3cee8b8e2a562a4e27d8fb413a5a51312fb6eecc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fac8345906b93d40dcb10c5b3cee8b8e2a562a4e27d8fb413a5a51312fb6eecc, en de alinea staat in dat document op bytes 49868 tot 50926.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fac8345906b93d40dcb10c5b3cee8b8e2a562a4e27d8fb413a5a51312fb6eecc | shasum -a 256