Citaat | Hoge Raad 13 juni 2023
Onder 2.4 Hoge Raad 13 juni 2023
Een alinea uit Hoge Raad 13 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:855.
Het cassatiemiddel berust op de opvatting dat rechtsmacht op grond van artikel 2 Sr in een geval als dit alleen kan worden uitgeoefend als “de gedraging en het gevolg afzonderlijke bestanddelen van het delict zijn”. Die opvatting vindt geen steun in het recht. Het oordeel van het hof dat Nederland rechtsmacht heeft over het tenlastegelegde onttrekken van twee minderjarigen aan het wettig gezag of opzicht en dat het openbaar ministerie daarom ontvankelijk is in de vervolging, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Daarbij neemt de Hoge Raad mede in aanmerking dat het hof kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de verdachte [benadeelde 1] heeft verhinderd om in de tenlastegelegde periode in Nederland het haar toegekende gezag over hun dochters [benadeelde 2] en [benadeelde 3] uit te oefenen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e40aa018941b3631780d1bf2f06729e7f4b77783ffa2bf1100633074f20ac6e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e40aa018941b3631780d1bf2f06729e7f4b77783ffa2bf1100633074f20ac6e5, en de alinea staat in dat document op bytes 15839 tot 16708.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e40aa018941b3631780d1bf2f06729e7f4b77783ffa2bf1100633074f20ac6e5 | shasum -a 256