Citaat | Hoge Raad 13 juni 2023

Onder 3.6 Hoge Raad 13 juni 2023

Een alinea uit Hoge Raad 13 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:913.

De rechter is niet verplicht om de behandeling van de betreffende procedure te schorsen totdat het antwoord op de prejudiciële vraag van de Hoge Raad is ontvangen. In de wetsgeschiedenis is in dit verband naar voren gebracht dat de zittingsrechter bijvoorbeeld deskundigen en getuigen kan horen, nader onderzoek kan gelasten of een descente kan houden. Wel kan de rechter pas beslissen over het punt waarover hij prejudiciële vragen heeft gesteld nadat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan en de betrokken procespartijen in de gelegenheid zijn gesteld zich over de uitspraak uit te laten. Vanwege het zaaksoverstijgend belang van de prejudiciële vraag is in de wetsgeschiedenis verder onder ogen gezien dat in andere zaken waarin dezelfde rechtsvraag aan de orde is, de rechter ook de mogelijkheid heeft de verdere behandeling te schorsen totdat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan. Het is aan die rechter om daarover een beslissing te nemen in het licht van de belangen die in de betreffende zaak aan de orde zijn. Op grond van artikel 73 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) wordt de verjaring geschorst door de ‘schorsing van de strafvervolging ter zake van een prejudicieel geschil’. Die schorsing van de verjaring geldt alleen voor de zaak waarin de prejudiciële vraag is gesteld en niet ook in andere zaken waarin de verdere behandeling is geschorst totdat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan op de prejudiciële vraag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df49d3366d52ba0de54ed660939ba88569ec179cc6552e96e4e6c38940bd6f13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df49d3366d52ba0de54ed660939ba88569ec179cc6552e96e4e6c38940bd6f13, en de alinea staat in dat document op bytes 70765 tot 72217.